Kameel (NS20)

Van 1952 tot 1960 zette de NS het diesel-mechanische stroomlijnmotorrijtuig 11 (de voormalige omBC 102, ex 2907) in als inspectierijtuig. Daarnaast werd er een speciaal inspectierijtuig voor de NS-directie gebouwd. Dit rijtuig, de NS 20, is technisch afgeleid van de Blauwe Engelen (DE1). Het is op 31 mei 1954 door Allan afgeleverd.

De vormgeving van de Kameel wijkt af van ander materieel en heeft daardoor een unieke uitstraling. De cabines voor de machinist zijn ondergebracht in twee uitstulpingen in het dak, waardoor inzittenden zowel voorin als achterin een panoramisch overzicht op de baan hebben vanuit een salon-ruimte.

Vanwege de bulten op het dak werd het motorrijtuig al spoedig Kameel genoemd. Bij aflevering was de trein Pruisisch blauw geschilderd. Langs de ramen was een lichtblauwe band aangebracht en het dak was, inclusief de cabines, wit geschilderd. Boven en onder de kopruiten bevonden zich rode biezen. Onder de kopruiten was, net als bij de DE1-en DE2-treinstellen, als beeldmerk een zogenaamde Allan-vleugel aangebracht. Het rijtuig beschikt niet over koppelingen, waardoor het niet met ander materieel te combineren is. Alleen met een speciale koppelboom, die aan een oog voorop de kop bevestigd kan worden, kan het rijtuig aan een andere trein gekoppeld worden om bijvoorbeeld te worden gesleept.

Inzet en aanpassingen

Het motorrijtuig werd na aflevering ingezet voor inspectieritten en bezoeken van de directie in het land.

In 1973 werden enige wijzigingen in het interieur aangebracht en werd het rijtuig in de nieuwe huisstijlkleuren van de NS geel-grijs geschilderd. Onder de ramen verscheen een blauwe band, die onder de kopruiten naar beneden liep. De Allan-vleugels maakten plaats voor een derde frontsein. Het rijtuig was nu niet meer exclusief voorbehouden aan de NS-directie, maar werd ook als "VIP-car" verhuurd aan gezelschappen. De Kameel maakte sindsdien veel ritten in binnen- en buitenland, waaronder met popgroep Queen.

Omdat er voldoende markt voor de verhuur van het rijtuig bestond werd in 1985 besloten tot een levensduurverlengende opknapbeurt. Hierbij werden de keuken en het toilet vergroot, wat ten koste ging van een ruimte die bedoeld was voor de conducteur..

De Kameel bleef tot in de jaren negentig een geliefde verschijning op het spoorwegnet. Begin 1991 werd het rijtuig buiten dienst gesteld, nadat het motorrijtuig onderdelen had afgestaan om de oude DE2-treinstellen op de baan te kunnen houden. De standplaats van de trein was het Spoorwegmuseum in Utrecht.

Herindienststelling

Uiteindelijk is de Kameel in de hoofdwerkplaatsen in Tilburg en Haarlem hersteld en heeft de oorspronkelijke kleurencombinatie van voor 1973 teruggekregen, met de Pruisisch blauwe kleurstelling en de Allan-vleugel op de neus. Ook is het GSM-R communicatiesysteem en ATB-NG ingebouwd. Het was de bedoeling dat het stel vanaf 2006 weer rijvaardig zou zijn, maar pas in februari 2008 werden de eerste proefritten op eigen kracht gereden. De NS gebruikt het motorrijtuig sindsdien weer als directierijtuig. Tussendoor staat de Kameel vaak in het Spoorwegmuseum.

Evenementen

De trein wordt regelmatig bij evenementen op het spoor tentoongesteld zoals tijdens de Spoorparade in 2014. Maar ook op de jaarlijks terugkerende Spoorwensdag, waarop spoorwegliefhebbers een favoriete wens kunnen laten uitvoeren door de NS, wordt de trein ingezet om Spoorwens-deelnemers een gezellige rit te laten beleven. In 2014 heeft de nostalgische trein een rondrit naar de spoorlijn van de VSM in Beekbergen gemaakt. Ook in 2015 zijn er plannen voor een rit tijdens het evenement.

Fotogalerij