Stadsgewestelijk Materieel (SGM)

Het Stadsgewestelijk Materieel (SGM) of Sprinter (officieel ook wel aangeduid als Plan Y of Elektrisch Materieel '74) is het eerste Nederlandse spoorwegmaterieel dat specifiek is ontwikkeld voor stadsgewestelijk vervoer.


In 1970 voerden de Nederlandse Spoorwegen met Spoorslag '70 een strikte scheiding in tussen Stoptrein en Intercity. De bedoeling was dat in de Randstad de stoptreinen zouden uitgroeien tot een metro-achtig netwerk met korte halteafstanden en hoge frequenties.

De techniek

Om deze diensten effectief te kunnen uitvoeren was materieel nodig dat weinig tijd nodig had voor in- en uitstappen (dus veel deuren) en snel kon optrekken (dus veel motorvermogen). Deze eigenschappen leverden de officiële bijnaam Sprinter op. Zo leveren 8 motoren van ieder 160 kW een vermogen van 1280 kW, waarmee de de tweedelige treinstellen van 0 naar de topsnelheid van 120 km/h kunnen accelereren in 72 seconden. Een elektrodynamische rem zorgt voor geringe slijtage van de remblokken. Ook de driedelige treinstellen kregen de naam Sprinter, hoewel ze door het hogere gewicht en het ontbreken van motoren in het middelste rijtuig lang niet zo snel konden optrekken. De rij- en remweerstanden van SGM zijn op het dak geplaatst.

In de cabine van een Sprinter bedient de machinist de trein. De snelheid kan zowel handmatig als automatisch geregeld worden. Een Sprinter heeft voor de automatische regeling 8 drukknoppen (40, 60, 70, 80, 90, 100, 110, 120 km/h) om de snelheid te kiezen. Meldlampjes in de snelheidsmeter tonen de ingestelde snelheid. Door een lagere snelheid te selecteren, maar ook door bediening van het rijremhandel kan worden geremd. Bij een remming met het rijremhandel vervalt automatisch de ingestelde snelheid: na het loslaten van de rem moet de snelheid opnieuw worden gekozen.

Sinds enige tijd is SGM uitgerust met een intermitterende dodemaninrichting. Het dodemanpedaal moet tijdens de rit continu ingedrukt worden gehouden. Als het pedaal 60 seconden ingedrukt is geweest, licht de meldlamp "dodeman" op en na 2,5 seconden klinkt ook een zoemer. Het pedaal moet nu kortstondig losgelaten worden, anders voert de dodeman een snelremming uit.

In het Spoorwegmuseum in Utrecht staat een nagebouwde cabine van een Sprinter tentoongesteld als onderdeel van een simulator.

SGM-0

De tweedelige Sprinters 2001-2015 werden in 1975 gebouwd. Omdat de treinstellen dienst zouden gaan doen op de Zoetermeer Stadslijn en de geplande stadsspoorweg tussen Utrecht en Nieuwegein, werden toiletten, eerste klasse en een doorloop tussen beide bakken achterwege gelaten. Hoewel de verbinding met Nieuwegein nooit is uitgevoerd als spoorweg, konden deze treinstellen wel 'Nieuwegein' als eindbestemming op de koersrol tonen. De 2014 en 2015 zijn bij wijze van proef in dienst gekomen met een chopper-vermogensregeling in plaats van de weerstandsregeling van de overige treinstellen. Deze proeven verliepen niet succesvol. Nadat de twee treinstellen enkele jaren aan de kant gestaan hadden, werd in 2000 met succes een nieuwe choppervermogensregeling op basis van IGBTs ingebouwd als proef voor de te moderniseren driewagenstellen.

SGM-1 en SGM-2

De vervolgserie (2021-2080) werd gebouwd in 1978-1980. Deze treinstellen hadden wel een toilet en een doorloop tussen de beide rijtuigen. De treinstellen 2036-2080 werden in 1983 verlengd met een niet aangedreven tussenrijtuig. De treinstelnummers werden hierbij gewijzigd in 2836-2880. Talbot heeft de 2881-2895 direct als 'drietje' geleverd. Door het ontbreken van motoren onder de middenbak trekken deze treinstellen langzamer op. In totaal waren er toen 30 tweedelige Sprinters (2001-2015 en 2021-2035) en 60 driedelige Sprinters (2836-2895)

In 1997 zijn alle tweedelige Sprinters omgebouwd tot Stadspendel. Later werd deze naam gewijzigd in CityPendel. De schotten tussen de afdelingen en balkons werden verwijderd, waardoor de treinstellen een meer metro-achtig interieur hebben, dus minder stoelen en meer staanplaatsen. Ook kennen deze treinstellen geen eerste klas meer. Daardoor kregen deze treinen al gauw de bijnaam sta-treinen. Aan de buitenkant zijn de grijze deuren geel overgeschilderd en ook de blauwe reclamebanen zijn verwijderd. CityPendels werden sindsdien voornamelijk ingezet op de Zoetermeer Stadslijn, Hofpleinlijn (Rotterdam Hofplein-Den Haag Centraal) en Hoekse Lijn (spitspendels Rotterdam Centraal-Vlaardingen Centrum). De treinstellen zijn ingericht voor eenmansbediening en daarom onder andere voorzien van achteruitkijkspiegels. Enkele stellen zijn voorzien van bewakingscamera's. Sinds 3 juni 2006 zet de NS, vanwege de ombouw van Zoetermeer Stadslijn naar RandstadRail, geen CityPendels meer in op de Zoetermeerlijn en Hofpleinlijn.

Revisie SGM-2

Vanaf de zomer van 2003 kregen alle driedelige Sprinters een midlife-revisie in de Deense vestiging van Bombardier te Randers. Het interieur is hierbij geheel vernieuwd en de scheidingswanden tussen de balkons en afdelingen zijn van glas. De middenbak heeft extra deuren gekregen. Voor de reizigersinformatie zijn er in elke bak een aantal lichtkranten aangebracht die de komende stopstations tonen, ook worden deze automatisch omgeroepen.
Ook de tractie-installatie is aangepast, zodat de treinen sneller kunnen optrekken de omzetting naar de snellere optrekstand gebeurde pas nadat alle treinen waren gemoderniseerd. Van de gemoderniseerde Sprinters is ter onderscheid het treinstelnummer verhoogd met 100 (dus 2936-2995).

Ook de kleurstelling werd veranderd, deze treinstellen kregen als eerste sinds de jaren '70 niet meer de basiskleur geel, maar wit, aangevuld met blauw en geel. Naar aanleiding van deze nieuwe kleurstelling hebben treinliefhebbers de vernieuwde Sprinter de bijnaam Vlaflip gegeven.
In september 2006 keerde de laatste gemoderniseerde driedelige Sprinter terug uit Denemarken.

Revisering SGM-0 en SGM-1

Na de modernisering van de driedelige sprinter zijn meteen twee CityPendels naar Denemarken voor een proef om ook de SGM-0 en SGM-1 een zelfde moderinisering te geven. In April 2007 werd besloten tot de serie-ombouw van de tweedelige Sprinters, hierbij kregen de SGM-0 treinstellen eindelijk een doorloopgedeelte tuseen de twee bakken die ze eerst nooit hadden kregen, en werden bij alle treinstellen een 1e klas toegevoegd, welke er eerst nooit inzat.
De hernummering is anders dan de 3-delige Sprinter ombouw verlopen,  dit was om verwarring te voorkomen met het oude SM'90 materieel welke in de serie 2101 - 2109 bevond. De nummering is dan ook met 110 omhoog gegaan, de 2008 zal dus de 2118 zijn.

Nieuwe treincategorie op het spoor

Met de introductie van SGMm wordt de naam Sprinter op de lijnen waar dit materieel rijdt ook gebruikt als treincategorie in plaats van stoptrein. Vanaf december 2006 dienstregeling 2007 zal de naam Sprinter gebruikt worden als naam voor alle stoptreindiensten van NS Reizigers. Ook de lighttrain die NS voor dit soort diensten heeft besteld zal onder de naam Sprinter gaan rijden.

Fotogalerij

Statistieken

  • In dienst: 2111 t/m 2125, 2131 t/m 2145, 2936 t/m 2995
  • In aanbouw: Geen
  • In modernisering: Geen
  • Terzijde: Geen
  • Afgevoerd: Nog niet beschikbaar
  • Gesloopt:Geen

Laatste update: Niet beschikbaar